-
Berekening van de sneeuwhoogte (cm) volgens het UKMO-model tussen 13 en 19u. Hier ligt het zwaartepunt in het centrum en oosten.
Het GFS model voorziet een soortgelijk scenario.
DWD berekent meer sneeuw in het westen en noorden van het land.
Temperaturen op het 850 hPa niveau volgens GFS (0utc) voor 18 utc. Tijdens de avondperiode gaat het kwik in het westen op dat niveau boven -10 graden. Het oosten blijft in de koudere lucht. Na de doortocht van de trog, gaat het kwik opnieuw naar -15 graden op 1,5 km. Ook op grondniveau staat dit garant voor lage temperaturen.
De laatste 3 ECMWF temperatuursberekeningen of runs. Vooral de laatste 2 runs (groen en geel) geven een aanhouden van de vrieskou.
De EPS ensembleverwachting geven aan dat de vorst tegen het einde van de volgende week iets tempert.
De temperaturen voor vrijdagochtend 10 februari volgens ECMWF (0utc). Nog steeds matige vorst (tussen -5 en -10 graden).
-
Vrijdag sneeuw02.02.2012 13:16
Een klein lagedrukgebiedje, gevuld met ijskoude lucht trekt morgennamiddag van noord naar zuid over ons land met sneeuwbuien en een venijnig aanwakkerende wind. Daarna wordt het opnieuw kouder. De hele volgende week blijft het flink vriezen, al lijkt het tegen het einde van de week iets zachter te worden.
Sneeuwstoring
Vrijdag staan we op met op vele plaatsen strenge vorst (-10 graden of lager), maar is de wind tijdelijk minder sterk. Later op de dag trekt er een sneeuwstoring over. De laatste verwachting is dat de storing in de loop van de namiddag vanuit Nederland binnentrekt. Het eerst sneeuwt het in de Kempen, tegen de avond verwachten we dat het overal gaat sneeuwen. Bij het binnenkomen van de storing gaat de temperatuur omhoog. Zo komt het kwik over het westen zelfs iets boven het vriespunt. Verder het binnenland in blijft het licht vriezen.
Nu gaan we even wat harder in op de meteorologische theorie van de stuctuur. De storing is geen gewone depressie, maar heeft een polar low-achtige stuctuur (zie onderaan). De depressie ontstaat in een trogvormige structuur in het isohypsenpatroon van het 500 hPa-niveau. Deze trog veroorzaakt een golf op het polaire front dat zich boven de Britse Eilanden bevindt. In onze contreien zorgt dit tijdelijk ook voor een korte opstoot van iets zachtere lucht uit het westen. Bij het binnenschuiven van de trog, wordt er aan de voorzijde dus iets minder koude lucht aangezogen. Het kwik gaat dus in de kustregio en in het noordwesten tijdelijk rond het vriespunt of er zelfs iets boven liggen. De temperatuur van de bovenlucht gaat echter niet erg fors de hoogte in. Zo gaat het eventjes boven -10 graden op 1,5 km (het 850 hPa niveau). Tijdens de nacht erop daalt het kwik op dat niveau alweer naar -15 graden. Kortom, een zuivere Polar Low is het niet, omdat het een interactie aangaat met het polaire front.
Hoeveelheden sneeuw
De vraag alleen is hoeveel sneeuw. De hoeveelheden lopen voorlopig uiteen van 1 tot 5 cm, maar plaatselijk kan er meer vallen. Modellen hebben het moeilijk bij de berekening van de hoeveelheid en plaats. Zo geven het UKMO- en GFS- model vooral voor het midden en oosten sneeuw, terwijl het DWD- en ECMWF-model voor het hele land sneeuw berekenen met zelfs het zwaartepunt in het westen. Het is dus afwachten wat de laatste modelberekeningen geven.
Daarna opnieuw diepvries
Na de storing draait de wind naar het noordoosten en stroomt het er opnieuw ijskoude lucht over het land. Tijdens het weekend, maar ook tijdens de hele volgende week blijft het kwik onder het vriespunt.Het is al geleden van 1997 dat een dergelijke koudegolf (met pure transportkou) ons land heeft veroverd. En het lijkt erop dat die nog een tijdje gaat aanhouden.
Volgens de laatste berekeningen van afgelopen nacht van het ECMWF blijft het ’s nachts matig tot streng vriezen. Strenge tot zelfs zeer strenge vorst (-15 graden of lager) is mogelijk als de wind wegvalt en het boven het sneeuwdek sterk afkoelt. Overdag vriest het meestal licht. Tegen het einde van de week lijkt de vorst dan toch iets te temperen, maar de winter is daarmee ver van gedaan. In de ensemble-verwachting is er slechts 10% van de leden die gaan voor een overgang naar een zachte westcirculatie. Negentig procent van de leden in de pluimverwachting houdt het op koud winterweer.
Valt er komende week nog sneeuw bij? Over het algemeen zijn de condities niet optimaal om daarna nog sneeuw te krijgen. Toch is het niet uitgesloten dat er in de Arctische luchtmassa een zogenaamde "Polar Low" ontwikkelt. Dat is een lagedrukgebied die vergelijkbaar is met zijn grotere broer de orkaan. Waarom? Omdat een polair laag ook geen frontenstructuur heeft, dus zonder een warm- en koufront. Het systeem bevindt zich immers in één en dezelfde luchtsoort. Op 500 hPa (5.5 km hoogte) ligt het kwik doorgaans op -40 graden of lager, kortom een Arctische of zeer koude luchtsoort. Met het bewegen over warm zeewater, zoals de Noordzee, kan er dus een zeer actief neerslaggebied vormen met sneeuwbuien en ook onweer. Dit door groot contrast tussen de bovenlucht en de lucht aan de grond. Jammer genoeg kunnen we deze systemen niet sneller detecteren dan zo'n 24 uur vooraf. Dus op langere termijn zullen de meteorologen dat niet expliciet geven. Afwachten dus..
Door: DH
