Feedbackloops Noordpool brengen ijs in gevaar

Advertentie
Mijn weer
  • Wetenschappers voeren metingen uit op het ijs van de Noordpool. Bron: Polar Fieldservice

    Oppervlakte zee-ijs. Bron: Zachary Labe, sites.uci.edu/zlabe

    Feedbackloop zonlicht

    Volume zee-ijs vanaf 1979. Bron: Zachary Labe, sites.uci.edu/zlabe

  • Feedbackloops Noordpool brengen ijs in gevaar
    30.01.2018 14:16

    Terwijl de dagen hier alweer zichtbaar beginnen te lengen, is het Noordpoolgebied nog gehuld in het aanhoudende duister van de Poolnacht. De periode bij uitstek waarin het er ijzig koud behoort te zijn en het ijs, dat er in het zomerhalfjaar steeds harder van langs krijgt, de kans heeft om zich een beetje te herstellen. Inderdaad is het er koud en groeit het ijs aan. Toch gaat het allemaal veel trager dan bijvoorbeeld 20 of 30 jaar geleden. En zo zal de Noordpool ook de komende zomer weer met een achterstand in gaan. Vorige zomer was het noordpoolijs relatief gunstig gezind. Het was beslist niet warmer dan normaal, soms zelfs kouder dan gebruikelijk, en de zon ging veelvuldig schuil achter bewolking. Daardoor verliep het smeltseizoen niet eens zo heel rampzalig en kwam de ijsbedekking september vorig jaar uit op een zesde plaats qua laagste zeeijsbedekking sinds tenminste 1979.

    • Advertentie

    -20 in plaats van -30
    Dus we gingen dit winterhalfjaar in met net wat meer ijs dan enkele jaren ervoor. Een goed begin is het halve werk. Toch werd in de slotfase van 2017 steeds duidelijker, dat de groei van het zee-ijs weer erg achterbleef ten opzichte van de norm. Gemiddeld was het al gauw 10 graden warmer dan gebruikelijk. Dat ‘warmer’ vergt wel een nuancering. In het gebied benoorden 80 graden noorderbreedte ligt de gemiddelde wintertemperatuur toch al gauw op -30 graden. Dus 10 graden boven de norm betekent nog altijd zeer strenge vorst waar de doorgewinterde schaatsliefhebbers alleen maar van kunnen dromen. Maar -20 in plaats van -30 betekent wel dat het ijs effectief minder snel groeit, zowel qua dikte als qua oppervlakte. 

    Veel te hoog
    In feite zien we de afgelopen jaren eigenlijk voortdurend, dat de temperatuur juist in het winterhalfjaar veel te hoog is. Dat heeft niet in de eerste plaats te maken met een andere luchtdrukverdeling en daarmee samenhangend vaker wind uit bijvoorbeeld een zuidelijke richting. De wind kan natuurlijk ook niet overal in het noordpoolgebied uit het zuiden waaien, maar dat terzijde. Toch is het wel zo, dat een minder koude Noordpool direct betekent, dat het temperatuurverschil met onze gematigde breedten net wat kleiner is.

    Westelijke stroming zwakker?
    De westelijke stroming die ons doorgaans zachte en wisselvallige winters bezorgt, zou daardoor wat zwakker kunnen worden. Of meer kunnen gaan meanderen. Want weerkundig gezien is de kracht van de (westelijke) stroming evenredig met de grootte van het temperatuurverschil aan weerskanten van deze stroming. Bij een sterke westelijke stroming rondom de Noordpool blijft de kou er als het ware mooi gevangen. Zodra de stroming gaat meanderen, ontsnapt er als het ware enerzijds diepvrieskou in zuidelijke richting. Maar komt er ook meer relatief warme lucht vanuit het zuiden naar de Noordpool. Deze effecten worden regelmatig in recent wetenschappelijk onderzoek genoemd. Het zou er voor kunnen zorgen dat we in Noord Amerika en Europa vaker zeer koude intermezzo’s krijgen. Daar kunnen ze in de VS misschien van meepraten dit jaar, maar hier is het deze winter vooral zacht en erg wisselvallig door een vrij sterke westelijke stroming. Uiteraard is een enkel jaar ook geen bewijs van het gelijk of ongelijk van wetenschappers die wijzen op een verzwakkende westelijke stroming bij een opwarmende Noordpool.

    Feedbackloops
    Maar er is meer aan de hand. Als er in het winterhalfjaar minder zee-ijs is en dus meer open water, vindt er netto beduidend meer warmtetransport vanaf het zeewater naar de lucht erboven plaatst. Dat tempert heel effectief de vorst. Daardoor groeit het ijs dus minder, blijft er meer open water, en kan er nog meer warmte vrijkomen uit het water. Dit is een heel duidelijk voorbeeld van een zichzelf versterkend effect, ook wel feedbackloop genoemd. 

    Reflectie van zonlicht
    In het zomerhalfjaar zien we een ander sterk voorbeeld van een zichzelf versterkend effect. IJs reflecteert het zonlicht waardoor de kou en het ijs zich redelijk kunnen handhaven. Open water reflecteert veel minder zonlicht. Daardoor wordt netto straling in de vorm van warmte opgeslagen in het water. Waardoor het ijs dat nog over is, sneller smelt, en er nog meer open water vrij komt. Wederom een feedbackloop dus.

    Wind en golven
    We kunnen zelfs nog een feedbackloop aanwijzen die actief is het in Noordpoolgebied. Meer open water betekent dat de wind meer de ruimte krijgt om flinke golven te veroorzaken. De turbulentie kan minder koud water uit de diepte in beweging brengen. Maar de golven hebben ook een vernietigend effect op het resterende en steeds dunnere zee-ijs. Dat wordt bij een ruwe zee makkelijker aan stukken geslagen aan de randen van het vaste zee-ijs. Gebroken ijs is, mede vanwege de andere feedbackloops, kwetsbaarder en zal sneller smelten en uiteenvallen in nog kleinere stukken.

    Code rood
    De aarde zal in de komende decennia alleen maar verder opwarmen. Volgens recente prognoses zitten we rond het jaar 2040 op een 1,5 graad warmere wereld dan halverwege vorige eeuw. In het Noordpoolgebied wordt deze opwarming sterk uitvergroot. Wetenschappers proberen met tal van technieken en modellen verwachtingen te maken hoe het overgebleven ijs in het Noordpoolgebied zich in de komende tijd zal gedragen. Recht toe recht aan extrapoleren van de huidige trends wat betreft volume aan zee-ijs zou kunnen leiden tot een min of meer ijsvrije Noordpool in de nazomer over misschien slechts 10 a 20 jaar. Kortom: code rood voor de Noordpool. En voor de hele aarde!

     

    Door: Reinier van den Berg