December zacht, wat volgt?

Advertentie
Mijn weer
  • Het beeld van de AO-index, zoals die de afgelopen tijd is opgetreden. De onderste twee balken laten zien hoe groot het verschil tussen de opgetreden waarde en de (lange-)termijnverwachting was. Bron: CPC.

    Het verschil tussen de opgetreden waarde van de NAO-index en de verwachte waarden. De NAO-index pakte negatiever uit dan de (lange-)termijnverwachtingen lieten zien. Bron: CPC.

    De poolwervel is inmiddels volledig op stoom. Bron: NOAA, GFS.

    Het was zonnig deze maand, zoals op 14 december in Aalst ook het geval was. Foto: Magda van den Bremt.

    Op 21 december legde Ghislain van De Meulebroeke deze zonnige foto vast.

  • December zacht, wat volgt?
    28.12.2016 15:54

    De decembermaand, tevens de eerste maand van de meteorologische winter 2016/2017, is bijna voorbij. Met nog een paar dagen te gaan, koersen we af op een gemiddelde temperatuur van ongeveer 5 graden. Omdat 3,9 graden normaal is in december voor het weerstation in Ukkel, kunnen we concluderen dat de eerste wintermaand zacht is verlopen. Tegelijkertijd is de maand tot nu toe erg droog geweest (22 mm op 7 dagen, terwijl dat normaal ruim 80 mm is op 19 graden) en heeft de zon in Ukkel vrij vaak geschenen.

    Hogedrukgebieden waren vrijwel de hele maand aan zet. Ze lagen vaak boven Centraal-Europa en hielden de wind bij ons in zuidwesthoek. Alleen op de momenten dat de wind even zuidoostelijk of zelfs oostelijk werd, kon het tijdelijk wat kouder worden met vorst in de nachten (zoals aan het begin van de maand en rond 20 december nog een keer). Niet omdat de luchtsoort nu echt kouder was, maar vooral omdat het in de toen heldere nachten gewoon ver kon afkoelen. Maar verder was het zacht en niet zelden grijs buiten de deur. Met vooral in de periodes dat hogedrukgebieden elkaar afwisselden ook wel de passage van enkele storingen met regen en wind. De laatste hiervan bracht gisteren veel wind in de (vooral noordelijke) kustgebieden. Enkele dijkdoorgangen moesten worden afgesloten. In het noorden van Duitsland waren de windproblemen nog wat groter.

    En de winterverwachting?
    In hoeverre past het beeld dat we in de eerste wintermaand tot nu toe hebben gezien in de winterverwachting, zoals we die de afgelopen maanden hebben beschreven? Om het geheugen nog even op te frissen: op basis van een analyse van factoren die op het weer bij ons kunnen inwerken, gingen we ervan uit dat we op weg waren naar een zachte winter, maar ook naar een winter in twee delen. Met de grootste kans op winterweer in de eerste helft, zeg tot halverwege januari. Van belang daarbij waren factoren als de grote hoeveelheid sneeuw in oktober in Siberië, het ontbreken van veel zeeijs in het poolgebied en de zwakke poolwervel van de voorbije herfst. Al die invloeden bij elkaar opgeteld, deden ons vermoeden dat de kans op noordelijke hogedrukgebieden de eerste weken groter zou zijn dan normaal, met daarbij horend lagere temperaturen en – zeker in de decembermaand – een grotere dan normale kans op enkele perioden met winterweer.

    Waar kijken we naar?
    Om te kijken wat hiervan uitgekomen is, moeten we het gedrag van de AO- en de NAO-index gedurende de afgelopen weken analyseren. De AO-index (Arctische Oscillatie) is een maat voor de drukverdeling boven het poolgebied. Een negatieve AO-index staat voor dominantie van hogedruk, een positieve AO-index voor een dominantie van lagedruk. De NAO-index is juist een maat voor het drukverschil tussen de Azoren enerzijds en IJsland anderzijds. Een negatieve NAO-index krijg je als de druk bij de Azoren lager is dan normaal en de druk bij IJsland hoger dan normaal. Een positieve NAO-index laat juist het tegenovergestelde beeld zien. Wij gingen voor de decembermaand uit van een gemiddeld negatieve AO-index. Voor de NAO-index was er geen duidelijk signaal.

    Wat is ervan uitgekomen?
    Het grappige was dat die door ons verwachte uitkomsten in de verwachtingen voor de lange termijn, zeker aan het begin van de decembermaand een aantal keren mooi te zien waren. Maar dat de realiteit, als het eenmaal zover was, een hele andere bleek. Het plaatje waarop het verloop van de AO-index van de laatste maanden te zien is, laat mooi zien wat er is gebeurd. Hoewel de verwachting meerdere malen was dat de AO-index op termijn sterk negatief zou worden, kwamen de werkelijk opgetreden waarden als steeds positiever uit de bus. Daar waar een stijgende luchtdruk in het poolgebied werd verwacht, zagen we in werkelijkheid een steeds verder dalende druk.

    Het bovenste deel van het plaatje laat de werkelijk opgetreden waarden zien, de plaatjes eronder de vergelijking van die opgetreden waarden met de verwachtingen. Vooral de onderste twee zijn interessant. Daar wordt de opgetreden waarde vergeleken met de verwachtingen voor respectievelijk 10 dagen en 14 dagen vooruit. Het beeld is duidelijk: de uitkomst was een veel positievere waarde dan de waarde die oorspronkelijk was verwacht. Of met andere woorden: de lange termijnverwachtingen zaten er voor wat het poolgebied betreft vrijwel steeds goed naast.

    Kijken we op dezelfde manier naar de NAO-index (het plaatje staat ook boven dit verhaal), dan zien we daar een ander beeld. Hier waren de opgetreden waarden juist lager dan dat wat in de lange termijnverwachtingen was bedacht. Dit wees op een kleiner drukverschil dan normaal boven de oceaan. Lagedrukgebieden oefenden minder druk uit dan anders op het Europese continent. Hogedrukgebieden die daar ontstonden, onder invloed van de warmte-advectie aan de voorzijde van de lagedrukgebieden op de oceaan, konden zich dan ook relatief gemakkelijk handhaven.

    Oftewel:
    Het werkelijk opgetreden op het noordelijk halfrond drukpatroon week de afgelopen tijd dus nogal af van dat wat lange termijnverwachtingen hadden voorzien. Niet alleen was de druk in poolgebied lager dan gedacht, ook waren de drukverschillen op de oceaan kleiner. Een gevolg was dat de hogedrukgebieden niet ten noorden van onze omgeving kwamen te liggen, maar meer boven Centraal-Europa. Koude lucht vanuit noorden maakte op deze manier geen enkele kans. En zo konden we rustig bouwen aan een zachte eerste wintermaand, met alleen twee flitswintertjes (aan het begin van de maand en rond 20 december). Meer dan dat zat er uiteindelijk niet in.

    Opnieuw een lastige lange termijn
    Het grappige is dat de modelberekeningen ook nu – en wederom op de lange termijn – worstelen met de positie van hoge- en lagedrukgebieden. Hoewel de onduidelijkheid nog steeds groot is, zit er hierbij opnieuw een behoorlijk koude variant in het pakket. Een variant die, als hij zou uitkomen, de winter ook echt naar onze omgeving zou brengen. De grote vraag is echter of die variant uiteindelijk ook de stap naar de berekeningen voor de korte termijn zal weten te maken. Zijn voorgangers zijn daar in elk geval niet in geslaagd. Alleen al om die reden wordt het spannend. Een andere reden is dat de kansen op winterweer nu geleidelijk kleiner worden, omdat de poolwervel intussen volledig op stoom is. En de uitwerkingen daarvan doen zich de komende tijd steeds meer gelden.

    Daarmee blijft onze verwachting voor de rest van de winter staan. Mogelijk komt er nog iets van winterweer, zo ergens in de periode tussen nu en half januari. Daarna lijkt het toch echt een zacht en wisselvallig verhaal te worden. Hoe jammer deze winterliefhebber dat uiteindelijk ook vindt.

    Bron: MeteoGroup NL met tekst van Reinout van den Born

    • Advertentie