Zonnevlekkencyclus 25 op komst.

Advertentie
Mijn weer
  • sunspot cycle diagram: Zie hier hoe de activiteit van de zon steeds wisselt. Je gaat van een minimum naar een maximum, terwijl de maxima de laatste decennia steeds minder uitgesproken zijn. Bron: solarcyclescience.com

    Zonnecylus 25 is op komst. Voor september 2020 zal deze beginnen en er wordt verwacht dat de piek ergens tussen 2023 en 2026 zal liggen. Bron: NOAA/NASA.

    Wolkenvelden aan de kust kondigen buien aan. Foto: Ghislain Van De Meulebroeke.

    De lucht kleurt paars door Armand Lenders.

    De volgende 24 uur gaat Orkaan Dorian over in een ex-tropische storm, die zeer warme en vochtige lucht naar het noorden pompt, bewijze de weerkaart voor volgende maandagmiddag. Dit moedigt de vorming van een krachtig hogedrukgebied aan met mogelijk een nazomertje voor volgende week.

  • Zonnevlekkencyclus 25 op komst.
    07.09.2019 13:38

    De zon is de bron van leven op aarde. Deze immense ster is geen statische bol van hitte, maar een onvoorstelbare massa van kronkelende energetische deeltjes. De zon is bij fasen actiever dan anders en de wetenschap ontrafelt steeds meer over hoe de zon ‘zich gedraagt’. Zo is er vanaf het begin van de 19e eeuw onderzoek gedaan naar het fenomeen zonnevlekken. Dat onderzoek gaat nog steeds door. Zo weten we al lange tijd dat er zonnevlekken-fasen zijn, cycli. We bevinden ons nu in cyclus nummer 24. Weldra begint cyclus 25. En ja, dat willen we graag weten. Omdat het effect kan hebben op onze technologie, de ozonlaag en het weer. En natuurlijk gewoon omdat kennis ons verder brengt.

    • Advertentie

    Wat zijn zonnevlekken
    Zonnevlekken zijn tijdelijk aanwezige donkere plekken op de zon, die ten opzichte van hun omgeving minder heet zijn. Er zijn vlekken die enkele honderden kilometers in doorsnee zijn, maar ook vlekken die tienduizenden kilometers bemeten. De zon kent perioden met veel en weinig zonnevlekken, die elkaar afwisselen, de zogeheten zonnecycli. Gedurende de perioden met de meeste zonnevlekken spreken we van een zonnevlekkenmaximum en de perioden met geen of nauwelijks zonnevlekken staan bekend als zonnevlekkenminima. 

    Het zijn vlekken op een gigantisch hete bol. De buitenrand van de zon is ongeveer 6000 graden, in de kern is het een ondenkbare 15 miljoen graden Celsius. Vlak onder het zonoppervlak bevinden zich massieve circulaties van vuurplasma.

    Cyclus 24
    Na een top en een dal aan zonnevlekken, begint steeds de volgende cyclus met het verschijnen van de nieuwe donkere plekken. Teruggerekend tot 1750 hebben we 23 van deze cycli achter de rug en deze duurden per stuk ongeveer 11 jaar. Begin 2008 dachten de sterrenkundigen dat de 24e zonnecyclus zou starten, maar dat werd steeds weer uitgesteld omdat het aantal zonnevlekken nagenoeg nul bleef. Uiteindelijk ontstonden pas in juni 2009 de langverwachte eerste kleine zonnevlekken van de nieuwe periode. En zo werd dus de oude cyclus afgesloten en de nieuwe gestart. De NASA bepaalt het precieze moment daarvan. In totaal zaten we in 2009 maar liefst 260 dagen zonder zonnevlekken en dat jaar is dan ook het jaar van het absolute zonnevlekkenminimum geworden. Rond die tijd beleefden we tevens een tweetal relatief koude winters (de winter van 2008/2009 en de winter van 2009/2010).

    In 2010 liep het aantal zonnevlekloze dagen terug tot 51 en in 2011 was er nog maar 1 dag zonder één of meerdere zonnevlekken. Het maximum was dus gestart. Inmiddels zijn we alweer lang voorbij de top van het maximum. In 2015 was er geen enkele dag zonder zonnevlekken, dit jaar tot nu is 69 procent van de dagen zonnevlekvrij. Kortom, we gaan naar het absolute minimum aan zonnevlekken.

    Het minimum
    Het afgelopen voorjaar heeft de NASA een verwachting uitgebracht over zonnevlekkencyclus 25, die er dus aan zit te komen. Men verwacht dat die nieuwe fase ongeveer hetzelfde pad volgt als cyclus 24. Dat wil zeggen dat het maximum aan zonnevlekken gelijk zal liggen als in de bijna afgesloten cyclus en dat wil weer zeggen dat de intensiteit van de cyclus beperkter is dan cyclus 23. En cyclus 23 was weer minder krachtig dan cyclus 22. In de grafiek van afbeelding 1 is dat te zien aan de lagere toppen dan cyclus 22 en 23. De nieuwe cyclus begint ergens voor september 2020, het maximum zal tussen 2023 en 2026 liggen.

    Waarom van belang?
    Het is van belang om inzicht te krijgen in de variërende zonneactiviteit. De wisselende hoeveelheid energie van de zon wordt in verband gebracht met haperingen in onze technische installaties, satellietfouten, stroomuitval en variaties in het weer. Uitbarstingen op de zon kunnen onderbrekingen veroorzaken in bij voorbeeld uitzendingssignalen van een GPS satelliet naar de aarde. Het kan ertoe leiden dat het signaal niet meer precies op de juiste plek terecht komt. Een nauwkeurige verwachting van de komende zonnecyclus kan wetenschappers helpen bij het plannen van satellietlanceringen en het inschatten van de duur van satellietmissies.

    Kansen op winterweer?
    Er lijkt een relatie te zijn tussen weinig zonnevlekken en koude winters in onze contreien, al is dat nog steeds in onderzoek. De statistieken tonen dat er vlak na een zonnevlekkenminimum, dus bij het begin van een nieuwe cyclus, gemakkelijker koude winters optreden. Zo hadden we een koude winter in 2009, 2010 en de 4 winters daarna. Alleen 2012 was toen als geheel aan de zachte kant. Maar juist die winter bracht in de februarimaand een zeer koude fase met zich mee. Sterker nog, het Elfsteden-comité kwam bij elkaar. Uiteindelijk ging de tocht niet door, maar het evenement was wel even in zicht. Verder terugkijkend was het vlak na het begin van cyclus 23, ook koud in de jaren 90.  Met destijds de 15e Elfstedentocht in 1997.

    Het effect van een zonnevlekkenminimum op het weer in Europa is terug te voeren op het feit dat de straalstroom hier in de winter zo’n belangrijke rol speelt. Het lijkt zo te zijn dat de kans op een geblokkeerde luchtdrukverdeling – vooral in Europa – groter wordt in perioden waarin de zon weinig actief is. Blokkades, die onder normale omstandigheden vooral in het noordoosten van de VS en Canada optreden, zouden door veranderingen in de straalstroom verder naar het oosten, de Oceaan op worden geduwd en zouden daardoor hun invloed vooral op het weer in Europa doen gelden.

    Bepalend daarbij is de hoeveelheid van de zon afkomstige UV-straling die in perioden met grote zonneactiviteit een stuk groter is dan in perioden van verminderde zonneactiviteit. De invallende UV-straling blijkt, vooral in de gebieden rond de evenaar, van behoorlijke invloed te zijn op de temperaturen van de luchtlagen in de stratosfeer tussen 20 en 50 kilometer hoogte. En die temperaturen kunnen weer invloed hebben op de sterkte van bepaalde winden in de stratosfeer. Dat effect op zijn beurt werkt naar onder door op onder meer de straalstroom in de onderliggende troposfeer. En zo kun je aantonen dat veranderingen in de zonneactiviteit er de oorzaak van kunnen zijn dat de ligging van de straalstroom met een aantal graden wordt verlegd.

    Bronnen: MeteoGroup, NASA, spaceweather.com, solarscience.com

    Tekst Grieta Spannenburg, MeteoGroup NL

    Door: Grieta Spannenburg